1. Ondernemingsvormen
Je vergelijkt courante ondernemingsvormen op basis van aansprakelijkheid, administratie en fiscaliteit.
| Kenmerk | Eenmanszaak | BV | NV | CV | Maatschap |
|---|---|---|---|---|---|
| Oprichtingsakte | Niet verplicht | Notariële akte | Notariële akte | Notariële akte | Niet verplicht (onderhandse akte volstaat) |
| Minimumkapitaal | Geen | Geen (toereikend eigen vermogen) | 61.500 euro | Geen | Geen |
| Min. oprichters | 1 | 1 | 1 | 3 | 2 |
| Aansprakelijkheid | Onbeperkt (privévermogen) | Beperkt tot inbreng | Beperkt tot inbreng | Beperkt (behalve zaakvoerder-coöperant) | Onbeperkt en hoofdelijk |
| Boekhoudkundige verplichtingen | Vereenvoudigd (kleine onderneming) of volledig | Volledig dubbel boekhouden | Volledig dubbel boekhouden + publicatieplicht | Volledig dubbel boekhouden | Geen wettelijke verplichting |
| Overdraagbaarheid aandelen | Niet van toepassing | Beperkt (goedkeuring vereist) | Vrij overdraagbaar (beursgenoteerd mogelijk) | Beperkt (coöperatief principe) | Niet overdraagbaar |
| Fiscaliteit | Personenbelasting (PB) | Vennootschapsbelasting (VB) | Vennootschapsbelasting (VB) | Vennootschapsbelasting (VB) | Personenbelasting per vennoot |
Onthoud: BV, NV en CV betalen vennootschapsbelasting. Eenmanszaak en maatschap betalen personenbelasting (de vennoten persoonlijk).
Oefening 1: Yasmina wil een bakkerij starten. Ze wil haar privévermogen beschermen en slechts één oprichter zijn. Welke rechtsvorm is het meest geschikt: eenmanszaak, BV of maatschap? Motiveer.
BV is het meest geschikt. Redenen:
- Beperkte aansprakelijkheid: privévermogen is beschermd.
- Slechts 1 oprichter nodig (eenmanszaak ook mogelijk, maar dan onbeperkte aansprakelijkheid).
- Geen minimumkapitaal vereist.
- Een maatschap vereist minstens 2 vennoten en heeft onbeperkte aansprakelijkheid — niet geschikt.
Oefening 2: Noem twee kenmerken waarop een NV verschilt van een BV.
Mogelijke antwoorden (kies 2):
- Minimumkapitaal: NV vereist 61.500 euro, BV niet.
- Overdraagbaarheid aandelen: NV-aandelen zijn vrij overdraagbaar; BV-aandelen niet zonder goedkeuring.
- Beursnotering: NV kan beursgenoteerd zijn, BV niet.
- Publicatieplicht: NV heeft uitgebreidere publicatieverplichtingen.
2. Belastingen
2.1 Personenbelasting (PB)
De personenbelasting is een belasting op het inkomen van natuurlijke personen (inclusief eenmanszaak en maatschapsvennoten).
Soorten inkomsten in de PB:
- Onroerende inkomsten: huurinkomsten, kadastraal inkomen
- Roerende inkomsten: dividenden, intresten
- Beroepsinkomsten: loon, winst uit zelfstandige activiteit, vervangingsinkomen
- Diverse inkomsten: meerwaarden, prijzen, subsidies
Inkomstenjaar vs. aanslagjaar:
Het inkomstenjaar is het jaar waarin je het inkomen verdient (bv. 2025).
Het aanslagjaar is het jaar erna (bv. 2026): dan wordt de belasting berekend en ontvang je het aanslagbiljet.
Het inkomstenjaar is het jaar waarin je het inkomen verdient (bv. 2025).
Het aanslagjaar is het jaar erna (bv. 2026): dan wordt de belasting berekend en ontvang je het aanslagbiljet.
Veelvoorkomende aftrekposten:
- Giften: giften aan erkende organisaties ≥ 40 euro zijn voor 45% aftrekbaar
- Pensioensparen: stortingen op een pensioenspaarrekening of -fonds geven recht op belastingvoordeel (30% of 25%)
- Kinderopvang: kosten voor kinderopvang (tot 14 jaar) zijn fiscaal aftrekbaar
Tijdlijn inning personenbelasting:
Inkomstenjaar (bv. 2025)
Je verdient inkomen
Je verdient inkomen
Aangifte
(uiterlijk zomer 2026)
(uiterlijk zomer 2026)
Aanslagjaar 2026
Berekening belasting
Berekening belasting
Aanslagbiljet
(herfst 2026)
(herfst 2026)
Betaling
(2 maanden na biljet)
(2 maanden na biljet)
Belastingschijven PB (ter referentie):
| Inkomenssschijf | Tarieven |
|---|---|
| 0 – 15.820 euro | 25% |
| 15.820 – 27.920 euro | 40% |
| 27.920 – 48.320 euro | 45% |
| Boven 48.320 euro | 50% |
Op het examen worden de belastingschijven en de belastingvrije som altijd opgegeven.
Berekening PB — methode
- Bepaal het belastbaar inkomen (brutoloon – aftrekposten)
- Trek de belastingvrije som af
- Pas de belastingschijven toe (progressief)
- Verminder met eventuele belastingkredieten
- Trek voorheffingen af (bedrijfsvoorheffing al ingehouden door werkgever)
Oefening 3: Thomas heeft een belastbaar inkomen van 32.000 euro. De belastingvrije som is 10.160 euro. Bereken de bruto-belasting op basis van de schijven hierboven.
Belastbaar na aftrek vrije som: 32.000 – 10.160 = 21.840 euro
Schijf 1 (0 – 15.820): 15.820 × 25% = 3.955,00 euro
Schijf 2 (15.820 – 21.840): 6.020 × 40% = 2.408,00 euro
Totale bruto-belasting: 6.363,00 euro
Schijf 1 (0 – 15.820): 15.820 × 25% = 3.955,00 euro
Schijf 2 (15.820 – 21.840): 6.020 × 40% = 2.408,00 euro
Totale bruto-belasting: 6.363,00 euro
Oefening 4: Lena betaalt maandelijks 100 euro aan pensioensparen en schenkt 50 euro aan een erkende vzw. Welke aftrekposten mag ze aangeven en hoeveel bedraagt het voordeel (pensioensparen: 30%, giften: 45%)?
Pensioensparen: 12 × 100 = 1.200 euro per jaar → belastingvoordeel: 1.200 × 30% = 360 euro
Giften: 50 euro ≥ 40 euro, dus aftrekbaar → belastingvoordeel: 50 × 45% = 22,50 euro
Totaal voordeel: 382,50 euro
Giften: 50 euro ≥ 40 euro, dus aftrekbaar → belastingvoordeel: 50 × 45% = 22,50 euro
Totaal voordeel: 382,50 euro
2.2 Vennootschapsbelasting (VB)
Boekjaar vs. aanslagjaar:
Het boekjaar is de boekhoudperiode van de vennootschap (hoeft niet gelijk te zijn aan het kalenderjaar).
Het aanslagjaar = het jaar volgend op het boekjaar: dan wordt de VB berekend.
Het boekjaar is de boekhoudperiode van de vennootschap (hoeft niet gelijk te zijn aan het kalenderjaar).
Het aanslagjaar = het jaar volgend op het boekjaar: dan wordt de VB berekend.
Tarief VB: standaard 25% op de belastbare winst. Kleine vennootschappen: 20% op de eerste 100.000 euro winst (verlaagd tarief).
Voorafbetalingen: Vennootschappen moeten vooraf belasting betalen (4 keer per jaar). Wie niet genoeg vooraf betaalt, krijgt een belastingvermeerdering. Wie meer dan voldoende betaalt, krijgt een bonificatie (teruggave).
Belastingvermeerdering: verschuldigde VB × vermeerderingspercentage (wordt opgegeven op examen)
Bonificatie: teveel betaalde voorafbetaling × bonificatiepercentage
Bonificatie: teveel betaalde voorafbetaling × bonificatiepercentage
Oefening 5: NV Baert heeft een belastbare winst van 80.000 euro. Het standaardtarief VB is 25%. Ze heeft slechts 10.000 euro vooraf betaald. De belastingvermeerdering bedraagt 6,75% op het tekort. Bereken de verschuldigde VB, het tekort in voorafbetalingen en de belastingvermeerdering.
Verschuldigde VB: 80.000 × 25% = 20.000 euro
Tekort: 20.000 – 10.000 = 10.000 euro
Belastingvermeerdering: 10.000 × 6,75% = 675 euro
Totaal te betalen: 20.000 – 10.000 (al betaald) + 675 = 10.675 euro
Tekort: 20.000 – 10.000 = 10.000 euro
Belastingvermeerdering: 10.000 × 6,75% = 675 euro
Totaal te betalen: 20.000 – 10.000 (al betaald) + 675 = 10.675 euro
2.3 Vergelijking PB vs. VB
| Kenmerk | Personenbelasting (PB) | Vennootschapsbelasting (VB) |
|---|---|---|
| Wie? | Natuurlijke personen (eenmanszaak, maatschapsvennoten) | Vennootschappen (BV, NV, CV) |
| Grondslag | Netto-inkomen na aftrekken | Belastbare winst |
| Progressiviteit | Progressief (hogere schijven: hoger tarief) | Proportioneel (vast tarief: 25% of 20%) |
| Voorafbetalingen | Verplicht voor zelfstandigen (4x/jaar) | Verplicht voor alle vennootschappen (4x/jaar) |
| Bij tekort | Belastingvermeerdering | Belastingvermeerdering |
| Bij teveel betaald | Teruggave | Bonificatie |
Oefening 6: Geef twee voordelen van de vennootschapsvorm ten opzichte van de eenmanszaak op fiscaal vlak.
- Lager en proportioneel tarief: VB = 25% (vast), terwijl PB progressief kan oplopen tot 50% bij hogere inkomens. Bij hoge winsten is VB financieel voordeliger.
- Splitsing loon/winst: de zaakvoerder kan zichzelf een loon toekennen (aftrekbaar als kost in de vennootschap) en de rest als dividend uitkeren, wat de belastingdruk kan optimaliseren.