📚 Boekhouden: Structuur & MAR

1. Van beginbalans tot eindbalans

De dubbele boekhouding registreert alle verrichtingen van een onderneming. Het proces verloopt als volgt:

Beginbalans
Dagboeken
(journaalboekingen)
Grootboek
Proefbalans
Inventaris-
verrichtingen
Eindbalans &
Resultaat
Dubbel boekhouden = elke verrichting staat minstens 2 keer geregistreerd:
Debet = Credit (altijd in evenwicht). De som van alle debetbedragen is altijd gelijk aan de som van alle creditbedragen.

Redeneerschema, journaal en grootboek

Instrument Wat is het? Volgorde
Redeneerschema Tabel met debet- en creditrekeningen per verrichting. Je noteert: rekeningnummer, naam, A/P/K/O, +/-, en het bedrag in debet of credit. Wordt gevraagd op het examen. 1e stap (analyseren)
Journaal Chronologisch overzicht van alle boekingen. Per datum: alle debetrekeningen (met inspringing voor creditrekeningen). 2e stap (registreren)
Grootboek Per rekening een T-rekening: links = debet, rechts = credit. Hierin zie je het saldo van elke rekening. 3e stap (per rekening)

2. Het redeneerschema: opbouw en regels

Op het examen werk je met het digitale redeneerschema. Zo ziet het eruit:

Nummer Rekeningnaam A/P/K/O +/– Debet Credit
Debet 40000 Handelsdebiteuren A + 3.883,20
70800 Toegestane kortingen (–) O 162,50
Credit 70400 Verkopen handelsgoederen O + 3.250,00
74600 Doorgerekende kosten O + 50,00
45110 Verschuldigde btw P + 645,70
48800 Verpakking bij klanten P + 100,00
Totaal 4.045,70 4.045,70
Examentips voor het redeneerschema:

3. A/P/K/O — soort rekening

CodeSoortStijgt bijDaalt bijVoorbeelden
AActiefDebet (+)Credit (–)40000 Handelsdebiteuren, 55100 Belfius, 57000 Kas
PPassiefCredit (+)Debet (–)44000 Leveranciers, 45110 Verschuldigde btw, 17300 Schulden aan kredietinstellingen
KKostenDebet (+)Credit (–)60400 Aankopen handelsgoedren, 61000 Huur, 63020 Afschrijvingen
OOpbrengstenCredit (+)Debet (–)70400 Verkopen, 74600 Doorgerekende kosten, 70800 Toegestane kortingen (–)
Let op tegenrekeningen: Rekeningen met (–) in de naam (bv. 70800 Toegestane kortingen (–)) worden geboekt op de tegenovergestelde zijde. Toegestane kortingen zijn een opbrengstvermindering en staan in debet.

4. MAR — Minimum Algemeen Rekeningstelsel

Het MAR is de standaard rekeningindeling voor alle Belgische ondernemingen. Je krijgt het volledige MAR bij op het examen.

KlasseNaamBelangrijkste rekeningen
▶ Balansrekeningen (klasse 1–5)
Klasse 1 Eigen vermogen, voorzieningen en schulden op meer dan 1 jaar 10000 Geplaatst kapitaal · 13000 Reserves · 14000 Overgedragen winst · 17300 Schulden aan kredietinstellingen · 17400 Hypothecaire lening
Klasse 2 Oprichtingskosten, vaste activa en vorderingen op meer dan 1 jaar 22100 Gebouwen · 23100 Machines · 24000 Meubilair · 23009/24009 Afschrijvingen (–)
Klasse 3 Voorraden en bestellingen in uitvoering 34000 Voorraad handelsgoederen · 34090 Waardevermindering voorraad (–)
Klasse 4 Vorderingen en schulden op ten hoogste 1 jaar 40000 Handelsdebiteuren · 44000 Leveranciers · 45110 Verschuldigde btw · 41110 Aftrekbare btw · 45100 Te betalen btw · 42300 Vervallende leningen · 48800 Verpakking bij klanten · 41800 Terug te sturen verpakking
Klasse 5 Geldbeleggingen en liquide middelen 55100 Belfius · 55300 ING · 55500 BNP Paribas Fortis · 57000 Kas · 58000 Interne overboekingen
▶ Resultatenrekeningen (klasse 6–7)
Klasse 6 Kosten 60400 Aankopen handelsgoederen · 60800 Ontvangen kortingen (–) · 61000 Huur · 61213 Elektriciteit · 62020 Bezoldigingen bedienden · 63020 Afschrijvingen op materiële vaste activa · 65700 Betalingskortingen aan klanten · 60401 Retours op aankopen (–) · 49000 Over te dragen kosten · 49200 Toe te rekenen kosten
Klasse 7 Opbrengsten 70400 Verkopen handelsgoederen · 70800 Toegestane kortingen (–) · 74600 Doorgerekende kosten · 75700 Betalingskortingen van leveranciers · 70401 Retours op verkopen (–) · 49100 Verkregen opbrengsten · 49300 Over te dragen opbrengsten

5. Proef- en saldibalans

Proefbalans: overzicht van alle rekeningen met hun totaalbedrag debet en totaalbedrag credit. Controle: totaal debet = totaal credit.

Saldibalans: overzicht van het saldo per rekening (= verschil tussen debet- en credittotaal). Basis voor de jaarrekening.

Definitieve saldibalans: na alle inventarisverrichtingen (afschrijvingen, voorraadwijzigingen, overlopende rekeningen, geraamde belasting, bestemming resultaat).

Voorbeeld: proef- en saldibalans opstellen

Stel dat onderneming Veldman volgende boekingen had in het boekjaar:

Stap 1 — Proefbalans (totalen debet en credit per rekening, vóór inventaris):

Rekening Totaal Debet Totaal Credit Saldo D Saldo C
10000 Kapitaal14.50014.500
24000 Meubilair8.0008.000
34000 Handelsgoederen3.0003.000
40000 Handelsdebiteuren3.6303.630
41110 Aftrekbare btw420420
44000 Leveranciers4.4204.420
45110 Verschuldigde btw630630
55100 Belfius8.6302.4206.210
57000 Kas500500
60400 Aankopen handelsgoederen2.0002.000
70400 Verkopen3.0003.000
TOTAAL30.60030.60020.13018.130
Totaal debetzijde = totaal creditzijde van de proefbalans ✓ (30.600 = 30.600). Het verschil in saldi (20.130 – 18.130 = 2.000) is het voorlopig resultaat (winst).

Stap 2 — Inventarisverrichting: afschrijving meubilair 1.600 euro toevoegen:

Rekening Saldo D Saldo C
... (alle rekeningen hierboven) ...
63020 Afschrijvingen MVA (nieuw na inventaris)1.600
24009 Afschr. en waard.verm. meubilair (–) (nieuw na inventaris)1.600
Definitieve saldibalans — saldo-totalen21.73019.730
Resultaat (winst) na afschrijving = 21.730 – 19.730 = 2.000 – 1.600 = 400 euro nettoresultaat.
De definitieve saldibalans is de basis voor de jaarrekening (balans + resultatenrekening).