Woordenlijst - Hoofdstuk 4: Betrouwbaarheid & Grote Datasets
Alle termen die je moet kennen.
Betrouwbaarheidsniveau
â–¼ Klik voor definitie
Percentage van alle mogelijke steekproeven waarbij het betrouwbaarheidsinterval de ware parameter bevat. Bijv. 95% betrouwbaarheidsniveau betekent: herhaal steekproef 100x → ~95 van de 100 intervallen bevatten de ware parameter.
Betrouwbaarheidsinterval (CI)
â–¼ Klik voor definitie
Interval (ondergrens, bovengrens) rond je steekproef-schatting, geconstrueerd op basis van een bepaald betrouwbaarheidsniveau. Bijv. 95% CI = [78, 82] kg betekent NIET "95% van mensen wegen 78-82kg", maar wel "herhaal steekproef → 95% van intervallen bevatten ware gemiddelde".
Foutenmarge
â–¼ Klik voor definitie
Halve breedte van het betrouwbaarheidsinterval. Bijv. als CI = [78, 82], dan is foutenmarge = 2 kg. Dit is de ± waarde rond je puntschatting.
Normale verdeling
â–¼ Klik voor definitie
Symmetrische verdeling, gebruikt voor steekproefverdelingen (n ≥ 30)
Steekproefvariabiliteit
â–¼ Klik voor definitie
Feit dat verschillende steekproeven verschillende resultaten geven