📊 Statistiek Cursus - Theorie Test - Hoofdstuk 3: Hypothesetoetsen

Theorie Test - Hoofdstuk 3: Hypothesetoetsen

Valse uitspraken testen je inzicht. Kies het juiste antwoord.

1. Eenzijdig vs tweezijdig

H₀: μ = 100 vs H₁: μ ≠ 100. Is dit een eenzijdige of tweezijdige toets?

Tweezijdig (H₁ zegt "verschilt van")
Eenzijdig (één richting)
Hang af van de data
2. p-waarde en significantie

p-waarde = 0.03, α = 0.05. Conclusie?

H₀ verwerpen (p < α)
H₀ aannemen (p groter dan 0)
Onbeslecht (3% is te dicht bij 5%)
3. Type I-fout

Type I-fout = H₀ verwerpen terwijl H₀ waar is. Kans op Type I = α. Klopt?

Ja, daarom heet α het significantieniveau
Nee, Type I-fout is onmogelijk
Nee, Type I-fout hangt af van de steekproef
4. Voorwaarden controleren

Voorwaarde voor proportie-toets: n·p ≥ 10 en n·(1−p) ≥ 10. Voor n=20, p=0.05?

Niet voldaan (20×0.05=1 < 10)
Wel voldaan (n=20 > 10)
Kan niet bepaald worden
5. Hypothesen opstellen

Je hypothesen: H₀: p = 0.5, H₁: p = 0.6. Juiste formulering?

Nee, H₁ moet "≠" of ">" of "<" zijn, niet "="
Ja, beide zijn juist
Ja, maar alleen voor eenzijdige toetsen
6. p-waarde interpreteren

p-waarde = 0.0001. Betekent dit dat H₀ zeker onwaar is?

Nee, zeer sterk bewijs tegen H₀ maar niet absoluut zeker
Ja, zeer kleine p-waarde = H₀ is onwaar
Nee, p-waarde zegt niets over H₀